Van bijkerk naar nieuwe kerk
De zaalkerk uit 1846 in de Groote Steeg in Katwijk aan den Rijn was met 254 zit- en knielplaatsen al rap te klein. In het zomerseizoen moesten dan ook voornamelijk de badgasten blijven staan tijdens de vieringen. Het toenmalige kerkbestuur maakte daarom plannen voor een nieuw te bouwen kerk naast de in 1850 aangelegde begraafplaats aan de huidige Kerkstraat / Zeeweg, bestemd voor de jezuïeten van Het Heerenschool. Onder de pastores Thomann (1901 – 1908) en Hendriks (1908 – 1921) werd er druk vergaderd over de nieuwbouw. De eerste gelden kwamen binnen door de verkoop van bloembollen op het veld begin twintigste eeuw.
Maar in mei 1910 bleken er problemen te zijn tussen het kerkbestuur en de architecten, M. Lippitz & N. Scholts. Dat leidde tot de keuze van een nieuwe architect, Jean H. van Groenendael. Bij de aanbesteding in augustus 1910 kwam H. van Groenendael uit Breda, de broer van de architect, als laagste inschrijver uit de bus met fl. 66.450,-. Als aannemer bouwde hij minstens zestig kerken. Twee maanden later werd de eerste steen gelegd door deken Dessens van Leiden. Deze neogotische kerk werd uiteindelijk gebouwd voor een bedrag van fl. 70.770,-. Daarvoor moesten eerst enkele op het terrein staande woningen worden gesloopt. Opmerkelijk feit was dat de deken bij de eerste steenlegging hetzelfde schootsvel droeg dat bij de eerste steenlegging van het oude zaalkerkje in de Groote Steeg was gebruikt.